Nederlands

1. Welk startniveau heb ik nodig?

Als je kiest voor toegepaste taalkunde, gaan we ervan uit dat je al vlot Nederlands kunt spreken, luisteren, lezen en schrijven. We verwachten dat je over een ruime woordenschat beschikt, dat je je boodschap grammaticaal correct kunt formuleren en dat je belang hecht aan een correcte spelling. 

Studenten die niet over een Vlaams of een Nederlands diploma secundair onderwijs beschikken, tonen via een taaltest aan dat ze het Nederlands op C1-niveau beheersen (zie Toelatingsvoorwaarden).

2. Welk eindniveau is het doel?

In de colleges Nederlands wordt je kennis van het Nederlands nog verfijnd en verdiept. Uiteindelijk beheers je de taal- en tekstconventies van het Nederlands zo goed dat je ze ook kunt toepassen bij vertaal- en redigeeropdrachten. De keuzes die je daarbij maakt, kan je toelichten in correcte grammaticale terminologie. Je beschikt over een ruime academische woordenschat en je bent vertrouwd met uitdrukkingen en spreekwoorden.

Bovendien stem je je teksten zo goed mogelijk af op je doelpubliek. Daarbij hou je ook rekening met verschillen tussen Belgisch- en Nederlands-Nederlands en doe je een beroep op je kennis van de Belgische en de Nederlandse samenleving. Het einddoel: teksten die begrijpelijk en acceptabel zijn voor Nederlandstaligen uit het hele Nederlandse taalgebied.

3. Wat is de rol van Nederlands in de opleiding toegepaste taalkunde?

  • De inzichten en de terminologie die je verwerft in de colleges Nederlands kan je inzetten bij de studie van je vreemde talen. Zo helpt een goede kennis van Nederlandse grammatica je om de grammatica van je twee vreemde talen te doorgronden.
  • Werkgevers uit de sectoren waar onze afgestudeerden terechtkomen, zijn het er roerend over eens: een grondige beheersing van het Nederlands is een absolute must. Daarom wordt de kwaliteit van je Nederlands niet enkel beoordeeld in de opleidingsonderdelen die specifiek focussen op Nederlands, maar ook bij schriftelijke examens voor andere vakken en bij scripties.

4. Hoe ziet het studieprogramma eruit?

  • In de colleges taalbeschouwing worden de concepten en de termen uit de traditionele grammatica herhaald en verder uitgediept. Verder maak je kennis met de basisbegrippen van de Nederlandse morfologie en het fonetisch alfabet. Je krijgt ook een gedetailleerd overzicht van de Nederlandse spellingregels.
  • Ook de verschillende vaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven) komen aan bod. De klemtoon ligt op schrijfvaardigheid. De kennis die je verwerft over de structuur van teksten, alinea’s en zinnen pas je toe in praktische oefeningen en schrijfopdrachten.
  • Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan vaardigheden als argumentatie, positief en toegankelijk formuleren en aan verschillen tussen Belgisch- en Nederlands-Nederlands. Om je nog beter bewust te worden van de gelijkenissen en de verschillen binnen het Nederlandse taalgebied, krijg je ook een beknopt vergelijkend overzicht van de Belgische en de Nederlandse geschiedenis en vergelijken we verschillende domeinen van de Belgische en de Nederlandse samenleving vandaag (bv. politieke partijen, onderwijs, media) – steeds met bijzondere aandacht voor terminologie.