Collectie Thijs

Wijlen prof. dr. Alfons K.L. Thijs van de Universiteit Antwerpen, die na een kort ziekbed is overleden op 14 januari 2014, deed tijdens zijn carrière veel onderzoek naar de functie en het gebruik van 17de- en 18de-eeuwse devotieprenten. Voor zijn onderzoek maakte hij intensief gebruik van de omvangrijke collectie devotieprenten van de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap, maar kenners weten dat Thijs in zijn publicaties echter ook vaak verwees naar stukken uit zijn privéverzameling. De afkorting pva (‘privéverzameling Antwerpen’) is in die context een vertrouwde bronvermelding. Vooral met het oog op de publicatie van een groot overzichtswerk onder de titel ‘Komt pelgrims, komt hier’. Gedrukte propaganda voor bedevaartplaatsen in Vlaanderen (16de–midden 19de eeuw). Een studie over massacommunicatie en religie ging Thijs op allerlei markten en veilingen voortdurend op zoek naar aanvullende bronnen. Dit resulteerde in een kostbare collectie 17de- en 18de-eeuws materiaal, waaronder veel unieke stukken die tot nog toe niet ontsloten zijn en een massa 19de- en vroeg-20ste-eeuwse prenten – niet zozeer kostbaar als wel heel fragiel.

Van die collectie wist de Universiteit Antwerpen in 2014, in nauw overleg met Fons Thijs en zijn weduwe Ilse en met financiële steun van de Universiteitsbibliotheek, het oudste deel te verwerven (ca. 1000 objecten), dat een belangrijke aanvulling zal vormen op de bestaande collectie devotieprenten. De prenten zijn eigendom van de Universiteitsbibliotheek, maar worden als permanente bruikleen ter beschikking gesteld aan de Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap, waar ze ook raadpleegbaar zijn. Het belang daarvan is tweeledig. Allereerst is er het belang van de prenten als referentiestukken in die publicaties die nauw aansluiten bij het onderzoeksveld van het Ruusbroecgenootschap, met name het gebruik van devotieprenten bij de geloofsbeleving. Dat deze prenten terug kunnen geraadpleegd worden, garandeert de verificatie van dit onderzoek. Daarnaast zijn er plannen van bevriende onderzoekers om althans het eerste deel van Thijs’ overzichtswerk af te ronden – een werk waarvoor deze prenten onmisbaar zijn. Het lijdt verder geen twijfel dat deze belangrijke, inhoudelijke verrijking van de prentcollectie nieuw onderzoek aan de universiteit zal stimuleren.

Momenteel worden deze prenten dan ook gedetailleerd en met digitalisering ontsloten als de Collectie Thijs in een beschrijvingsmodule van de Anet-catalogus door dr. Karen Bowen (Bijzondere Collecties, Universiteitsbibliotheek).