Doctoraatsverdedigingen
Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen
Landschap van Verlies: Wildernisnarratieven en de Ethiek van Rewilding - Linde De Vroey (26/03/2026)
Linde De Vroey
- Doctoraatsverdediging: 26 maart 2026 om 13.30 uur
- Stadcampus Gebouw R, lokaal R.219 en online
- Promotoren: Herbert De Vriese en Geert Van Eekert
- Schrijf je in via e-mail tot 20 maart
Abstract
Dit proefschrift onderzoekt de filosofische, ethische en politieke aspecten van rewilding of verwildering, met een bijzondere focus op het Schotse landschap. Het bestaat uit een reeks gerelateerde papers die samen een ethisch kader ontwikkelen om rewilding te begrijpen als een vorm van transformatieve verandering in de moderne cultuur en samenleving. Het behandelt kwesties zoals de wortels van rewilding in de wildernisbeweging, nostalgie en herbetovering, landeigendom en de integratie van lokale cultuur en erfgoed in een ‘bioculturele’ benadering van rewilding. Daardoor reikt dit proefschrift veel verder dan de ecologische aspecten van natuurherstel, maar onderzoekt het hoe rewilding al dan niet kan bijdragen aan een rechtvaardige ecologische, politieke en culturele transformatie.
Rewilding won de laatste jaren snel aan populariteit als een nieuwe, proactieve benaderingen het natuurherstel die inzet op het herstel van ecosystemen, klimaatmitigatie- en adaptatie, menselijk welzijn, en zelfs op een paradigmaverschuiving in de relatie tussen mens en natuur. Maar rewilding roept ook een aantal filosofische problemen op: van wetenschappelijke incoherentie over conceptueel dualisme tot de ethische en politieke dimensies van transformatieve verandering. Dit proefschrift biedt een kritische verkenning van deze centrale kwesties in het debat over rewilding. Aan de hand van inzichten uit theorie en praktijk beoordeelt het veelvoorkomende verhalen die de rewilding-beweging hebben gevormd waarbij de waardekaders van rewilding worden blootgelegd om zo de morele en politieke belangen van gangbare rewilding-visies te beoordelen.
Een centraal uitgangspunt in dit proefschrift is dat dergelijke beoordelingen altijd binnen een specifieke context gemaakt moeten worden. Daarom staat het Schotse landschap centraal in dit proefschrift. Als levende realiteit, rijk aan verschillende casestudy's, daagt het omstreden landschap van Schotland de centrale theorie?n en concepten van rewilding actief uit en verfijnt het deze. Het transformatieve potentieel van rewilding wordt volgens dit proefschrift grotendeels bepaald door de allianties die rewilding smeedt (of weigert te smeden) met de lokale verhalen en structuren die gevormd werden in dialoog met het landschap. Dit inzicht maakt de weg vrij voor een meer plaatsgebonden beoordeling van rewilding als een mogelijk antwoord op concrete ecologische, culturele en politieke uitdagingen, die altijd tegelijkertijd een mondiale en een lokale dimensie hebben. Door de laatste te benadrukken in relatie tot de eerste, biedt deze thesis een nieuwe reeks filosofische instrumenten voor het (her)beoordelen van de morele en politieke dilemma's waarmee ecologisch herstel in historisch omstreden landschappen wordt geconfronteerd.
Embedding a consumer revolution: Shifting values in the language of London auction advertisements, c.1730-1830 - Alessandra De Mulder (27/03/2026)
Alessandra De Mulder
- Doctoraatsverdediging: 27 maart 2026 om 14.30 uur
- Felixarchief
- Promotoren: Bruno Blondé en Ilja Van Damme
Abstract
Dit proefschrift onderzoekt het ontstaan van de moderne consumptiecultuur in het achttiende-eeuwse Londen via een historische en linguïstische analyse van advertenties voor veilingen. Het uitgangspunt is dat de alledaagse talige praktijken van kopen en verkopen een cruciale rol speelden, en dat enkel een combinatie van digitale onderzoeksmethoden met traditionele historische analyses het mogelijk maakt om te achterhalen welke waarden er werkelijk toe deden voor Georgiaanse consumenten.
Dit onderzoek nuanceert ons begrip van de zogenaamde consumptierevolutie door aan te tonen dat de moderne consumentencultuur niet alleen getriggerd werd door aardverschuivende economische of sociale transformaties, maar dat die ook vorm kreeg via alledaagse praktijken van kopen, verkopen en beschrijven van materiële goederen; praktijken die fundamenteel talig van aard waren. De focus op veilingmarkten, waar tweedehandsgoederen circuleerden, onthult dat de constructie van waarde steeds meer afhankelijk was van sociale conventies en esthetisch oordeel in plaats van uitsluitend intrinsieke materiële kwaliteiten.
Methodologisch ontwikkelt de dissertatie een kader dat computationele taalkundige analyse combineert met rigoureuze historische contextualisering. Het onderzoek analyseert duizenden veilingadvertenties uit Londense kranten die de periode van 1730 tot 1830 bestrijken. Deze benadering onthult patronen die onzichtbaar zijn voor traditionele close reading, terwijl deze patronen betekenis krijgen door de combinatie met een analyse van de historische context via achttiende-eeuwse woordenboeken, meubel- en filosofische traktaten.
De studie stelt gevestigde narratieven over de achttiende-eeuwse consumptiecultuur in een ander licht door een inductieve benadering te hanteren. Hoewel talloze historici al hebben onderzocht wat mensen bezaten aan de hand van boedelinventarissen, en al heel wat aandacht besteed werd aan contemporaine filosofische traktaten over consumptie, weten we nog verrassend weinig over waarom mensen er exact voor kozen om bepaalde goederen te kopen. Veilingadvertenties vullen dit hiaat op door consumptie in de praktijk weer te geven. Geschreven om aan te sluiten bij het denkkader van potentiële kopers, onthullen ze de gedeelde talige waardenkaders die de besluitvorming op de markt vormgaf.
De studie toont aan dat veilingmeesters functioneerden als actieve ‘smaakmakers’ in plaats van passieve tussenpersonen. Ze vormden gedeelde evaluatiekaders die bepaalde consumptiepatronen succesvol maakten terwijl andere verdwenen. Hun taal evolueerde aanzienlijk in de loop van de achttiende eeuw, waarbij evaluatieve (subjectieve) beschrijvingen steeds vaker louter beschrijvende (objectieve) taal vervingen of nuanceerden. Hun evoluerende taal tekent het ontstaan van een complexer en meer verfijnd consumptie-vocabularium, in de context van de immer uitdijende wereld van goederen.
Cruciaal is dat de studie pleit voor methodologische bescheidenheid, waarbij zowel de kracht als de beperkingen van digitale benaderingen worden erkend. Geen enkele methode volstaat op zich: terwijl distant reading brede patronen onthult, valideert intermediate reading via systematische annotatie deze bevindingen. Close reading via historische bronnen biedt vervolgens de essentiële verankering. Deze meerschalige benadering erkent dat verschillende analytische methoden verschillende facetten van de historische realiteit onthullen, waarbij de rijkste inzichten voortkomen uit hun combinatie.
Door de kloof te overbruggen tussen theoretische kaders over consumentenwaarden en het feitelijke taalkundige bewijs van marktpraktijken, biedt deze studie nieuwe perspectieven op hoe Georgiaanse Londenaren zich een weg baanden door een steeds complexere materiële wereld, betekenissen construeerden rond huishoudelijke goederen, en deelnamen aan de geboorte van de moderne consumentenmaatschappij via de taal die ze gebruikten om objecten te beschrijven, te begeren en te verwerven.