Letteren en Wijsbegeerte

Doctoraatsverdedigingen

Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen

Een Gouden Eeuw voor arbeid? Inkomen en rijkdom voor en na de Zwarte Dood in de Zuidelijke Nederlanden en de Florentijnse Republiek (1275-1550) - Sam Geens (23/01/2023)

Sam Geens

  • 23 januari 2023 om 15 uur: doctoraatsverdediging
  • FelixArchief Antwerpen
  • Inschrijven via sam.geens@uantwerpen.be voor 17 januari
  • Promotoren: Tim Soens, Bruno Blondé en Peter Stabel

​Abstract

De Zwarte Dood en de daaropvolgende pestgolven doodden miljoenen mensen in de veertiende en vijftiende eeuw.  Die traumatische gebeurtenissen zetten druk op sociale relaties, de economische productie, en culturele waarden. Desondanks hebben historici de positieve effecten van de pandemie op de levensstandaard benadrukt. Al sinds de negentiende eeuw hebben generaties van onderzoekers de periode bestempeld als de Gouden Eeuw voor arbeid. Toch hebben enkele historici het bewijs hiervoor in twijfel getrokken. Deze thesis neemt hun bemerkingen ter harte. Ze onderzoekt het inkomen, de arbeidstijd, en rijkdom om de werkelijke omvang van de Gouden Eeuw te bepalen in de tijd en ruimte alsook haar sociale gelaagdheid. Dankzij een vergelijking tussen de Florentijnse Republiek en de Zuidelijke Nederlanden kunnen we aantonen dat de pestpandemie niet leidde tot een universele stijging van de levensstandaard. In de laatstgenoemde regio bereikten het inkomen en het vermogen een ongekende hoogte door een soort van nijverheidsrevolutie. Daarentegen konden we in de Florentijnse Republiek geen positieve evolutie onderscheiden. Hier kon alleen de heersende elite hun rijkdom vergroten door protectionistische maatregelen, uitbuitende vormen van grondbezit door stedelingen, en een stijgende fiscale druk om de vele oorlogen te bekostigen

Lees ook het artikel op Bladspiegel

Writing Talk: Constructions of Adolescence in the Early Genesis of Aidan Chambers' Dance Sequence Novels - Andrea Davidson (9/01/2023)

Andrea Davidson

  • 9 januari 2023 om 15 uur: doctoraatsverdediging
  • De Tassiszaal, Hof van Liere - UAntwerpen Stadscampus
  • Inschrijven via andrea.davidson@uantwerpen.be voor 26 december
  • Promotoren: Vanessa Joosen en Dirk Van Hulle

​Abstract

Dit proefschrift toont hoe de Young Adult (YA)-romans uit Aidan Chambers’ Dance Sequence samenhangen met en voortbouwen op zijn “Tell Me”-methode voor literatuuronderwijs in het basisonderwijs. De literatuurpedagogie achter de Dance Sequence is een meer geavanceerde vorm van “Tell Me”, want Chambers paste haar in zijn YA-fictie aan voor het secundair onderwijs. De adolescente verteller-protagonisten van Breaktime [Verleden week] (1978) en Dance On My Grave [Je moet dansen op mijn graf] (1982) worden door Chambers geconstrueerd als lezers en schrijvers van literaire teksten die zeer geletterd, vol van zelfexpressie, intens emotioneel en betrokken zijn. In hun auteurschap maken ze gebruik van wat in dit proefschrift “writing talk” wordt genoemd. Ook Chambers zelf beoefende “writing talk” bij het schrijven van de eerste twee romans uit de Dance Sequence. “Writing talk” is een dialogische praktijk van auteurschap die voortkomt uit en een aanvulling vormt op het intergenerationele “booktalk”-gesprek (in het Nederlands ook bekend als “leespraat”) dat de kern vormt van de “Tell Me”-methode.

Door middel van literaire genetische kritiek, toegespitst op de constructie van leeftijd in Chambers’ romans, plaatst dit proefschrift het schrijfproces van de auteur van middelbare leeftijd naast zijn representatie van de adolescente verteller-protagonisten als de metafictionele auteurs van zijn romans. Deze vergelijkende, leeftijdsgerichte genetische analyse laat zien dat de leeftijd van de auteur geen invloed heeft op de praktijken en affecten van literair auteurschap in Breaktime en Dance On My Grave. Door een genetische analyse die zoekt naar dialogische momenten die lijken op “booktalk” in Chambers’ echte auteurspraktijk en in de metafictionele tegenhanger bij zijn verteller-protagonisten, identificeert dit proefschrift de centrale rol van affecten in Chambers’ YA-fictie.

Uit deze affectieve genetische studie van “writing talk” blijkt dat er meer verwantschap dan verschil is tussen adolescentie en volwassenheid in Breaktime en Dance On My Grave, zelfs meer dan de auteur zelf misschien besefte. Zo nuanceert de genetische analyse uit dit proefschrift Chambers’ eigen theorie over “infusie”, of het samenbrengen van verschillende leeftijden in één enkele tekst. Een ander vaststelling uit deze analyse is dat het auteurschap, net als de adolescentie in Chambers’ oeuvre, een eigen affect heeft. Literair-genetische kritiek moet ook rekening houden met de belichaamde gevoelens van auteurs, vooral wanneer affect, zelfexpressie, “booktalk” en “writing talk” essentiële elementen zijn in het schrijfproces van een literaire tekst. Door te reconstrueren hoe Chambers pedagogie, dialogisme en affect combineerde bij het schrijven van YA-fictie, wordt deze methodologische interventie zichtbaar.

Lees ook het artikel op de faculteitsblog Bladspiegel

Voorbije doctoraatsverdedigingen