Letteren en Wijsbegeerte

Doctoraatsverdedigingen

Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen

Networked Diplomacy: Maḥmūd Gāwān’s Bahmani Sultanate and the Fifteenth Century Islamic World - Meia Walravens (30/09/2022)

Meia Walravens

  • 30 september 2022 om 15 uur: doctoraatsverdediging
  • Auditorium FelixArchief
  • Inschrijven voor 20 september via meia.walravens@uantwerpen.be.
  • Promotor: Malika Dekkiche
Islamitische architectuur

​Abstract

De islamitische wereld van de late middeleeuwen was politiek verdeeld, maar culturele en maatschappelijke overeenkomsten overstegen het regionale niveau. Historici beschrijven deze situatie door middel van concepten zoals “de Perzische kosmopolis” en de “Indian Ocean world”. In Centraal-India kruisten dergelijke werelden en kosmopolissen elkaar in het Bahmanisultanaat (1347–1528). Als de eerste islamitische staat die verankerd was in de Deccan zocht het vaak elders inspiratie voor zijn staatsvorming, bestuur en identiteit. In dit proefschrift onderzoek ik deze ontmoetingen vanuit het perspectief van één van de belangrijkste staatslieden van het Bahmanisultanaat, de vizier Maḥmūd Gāwān (gest. 1481). Wanneer Maḥmūd Gāwān over de Arabische Zee uitkeek vanuit de havens op de Indiase Konkankust, kon hij enorm netwerk van familieleden (hoofdstuk 2) en intellectuele relaties (hoofdstuk 3) voor zich zien dat reikte tot in de Hijaz en het sultanaat van de Mammelukken enerzijds, en de Perzische steden van Iran en Centraal-Azië anderzijds.

Ik beargumenteer dat zulke netwerken van ambtsdragers essentieel waren in het creëren en onderhouden van relaties tussen staten in de premoderne islamitische wereld. Maḥmūd Gāwāns netwerken beïnvloedden meer bepaald de diplomatieke contacten van de Bahmanis met de Timurieden (hoofdstuk 4), de Aq Quyunlu en de Ottomanen (hoofdstuk 5). Met andere woorden, dit proefschrift werpt nieuw licht op hoe elitefiguren vorm gaven aan de representatie en het diplomatiek discours van islamitische staten in de tweede helft van de vijftiende eeuw. Deze netwerkdiplomatie (“networked diplomacy”) onthult en verklaart bovendien Maḥmūd Gāwāns gedetailleerde kennis over personen en politiek ver buiten de grenzen van het Bahmanisultanaat. Hij kende niet enkel de gedeelde waarden en wereldbeelden van de kosmopolissen, maar was zich ook bewust van specifieke debatten en trends die leefden onder zijn overzeese correspondenten.

In een ruimere historische context kunnen we gelijkaardige processen van kenniscirculatie en staatsvorming waarnemen van minstens het einde van de veertiende eeuw tot het begin van de zestiende eeuw. Als zodanig verduidelijken de geschriften van Maḥmūd Gāwān ook hoe zijn generatie voortbouwde op de verwezenlijkingen van voorgangers en de basis legde voor de ideeën van latere intellectuelen. Ondertussen maakte de laatmiddeleeuwse wereld enkele drastische veranderingen door die het begin van de vroegmoderne periode inluidden.

Teenagers and verb spelling: Not their cup of d/tea? A psycholinguistic and sociolinguistic perspective on the production and perception of Dutch homophone errors in private social media messages - Hanne Surkyn (26/09/2022)

Hanne Surkyn

  • 26 september 2022 om 15 uur: doctoraatsverdediging
  • Hof van Liere, F. De Tassiszaal
  • Inschrijven voor 16 september via hanne.surkyn@uantwerpen.be.
  • Promotoren: Reinhild Vandekerckhove en Dominiek Sandra

​Abstract

Illustratie van een gsm in een theekopje

In dit proefschrift combineerden we een psycholinguïstisch en sociolinguïstisch perspectief om de potentiële interactie van sociale en mentale processen bij de productie van spelfouten te onderzoeken. Specifiek analyseerden we spelfouten (of ‘dt-fouten’) geproduceerd door jongeren in homofone werkwoordsvormen, m.a.w. gelijkklinkende werkwoordsvormen die verschillend gespeld worden, zoals vind en vindt. Daarnaast onderzochten we ook partieel homofone vormen: voltooid deelwoorden die eindigen op een <d> (bijvoorbeeld genoemd) met een partiële homofoon die eindigt op een <t> in de tweede en derde persoon enkelvoud van de OVT (noemt). We bestudeerden zowel de rol van (psycholinguïstische) frequentiefactoren als de rol van sociale variabelen. We maakten daarvoor gebruik van een uniek corpus van meer dan 400 000 privéberichten die Vlaamse jongeren verstuurden via Facebook Messenger en WhatsApp.

Onze corpusstudies toonden aan dat het sociodemografische profiel van de jongeren een invloed heeft op het aantal maar niet op het type fouten dat ze produceren. Zo komen de meeste fouten voor bij de minst frequente vorm van een homofoonpaar (bijvoorbeeld vind i.p.v. vindt), ongeacht het sociodemografische profiel van de jongeren. Daarnaast produceren tieners meer fouten tegen partieel homofone werkwoordsvormen (bijvoorbeeld genoemt i.p.v. genoemd) met een kleinere steun voor de juiste <d> spelling (a) in het verbuigingsparadigma van het werkwoord en (b) in eindbigrammen van werkwoorden. Echter, de chatberichten van jongens, jongere tieners (15-16 jaar) en jongeren uit tso en bso bevatten significant meer dt-fouten dan die van meisjes, oudere tieners (17-20 jaar) en jongeren uit aso. Een enquête bij jongeren liet zien dat die sociale patronen gelinkt kunnen worden aan verschillen in zowel spellingattitudes als regelbeheersing.

De corpusanalyses toonden daarnaast een effect van het gender van de gesprekspartner bij de oudere meisjes (17-20 jaar). Zij convergeren naar de minder standaardtalige spelling van hun mannelijke gesprekspartners en produceren dus meer dt-fouten in chatgesprekken met jongens dan in chatgesprekken met meisjes. Het onderzoek maakte tot slot duidelijk dat spelfouten in hoge mate getolereerd worden in privéberichtjes en bijgevolg zelden verbeterd worden. Onder andere het sociodemografische profiel van jongeren en het type fouten spelen een rol bij het al dan niet verbeteren van spelfouten. Het geheel aan bevindingen maakt duidelijk waarom de informele onlinecommunicatie van de meeste Vlaamse tieners doordrongen is van spelfouten zoals dt-fouten, waarom de ene fout vaker voorkomt dan de andere, en waarom foutcorrecties quasi afwezig zijn. Op een algemener niveau laat de studie zien dat de gegeven interdisciplinaire aanpak, met een combinatie van psycholinguïstische en sociolinguïstische benaderingen, absoluut loont.

Bodies of knowledge - How to claim public space as a platform for the exchange of non-dominant or suppressed knowledge - Sarah Vanhee (24/09/2022)

Sarah Vanhee

  • 24 september 2022, De Singel - Witte zaal, Antwerpen 
    • 15:00  Artistieke presentatie: BOK session with Flore Herman and Sarah Vanhee
      BOK (bodies of knowledge) is a place where people can learn from each other. Things one usually does not learn, told by voices that are not always heard, from different parts of society and the world. In BOK we exchange knowledge that feeds a more just and humane society. It is a space to listen, to ask, to connect. BOK welcomes life experts rather than professional authorities. As a semi-nomadic classroom, BOK stays in the same spot in the city for a few weeks or months, and then moves on again.Usually, BOK is to be found in public squares. Exceptionally, a fictional version of the nomadic classroom will be evoked in the conservatoire of Antwerp. Flore Herman, member of the BOK team, will invite Sarah Vanhee to share her knowledge on “Claiming space for the exchange of non-dominant knowledge (in a tent)”.This listening session follows the regular BOK protocol. Everyone is welcome and there’s room for questions in the end.
    • 16:30  Doctoraatsverdediging
  • Promotoren: Willem de Wolf (Koninklijk Conservatorium Antwerpen), Pascal Gielen (Universiteit Antwerpen)

Abstract

This artistic doctoral project- ‘bodies of knowledge- how to claim public space as a platform for the exchange of non-dominant or suppressed knowledge’(2018-2022) - includes the research on embodied knowledge by non-dominant voices, as well as the performative action of claiming public space for the exchange of that knowledge. Initial research questions were: How can public space be activated, via artistic intervention, for the transmission of non-dominant knowledge? How to create a ‘safe space’ within public space for the exchange of different forms of suppressed knowledge, between diverse members of civil society? What are artistic and political strategies to reverse existing knowledge/power relations within the public domain? Which forms of performative knowledge transmission can contribute to a more just, equal, emancipated civil society?

The artist understands education as art and knowledge transmission as a performative act. Drawing upon methodologies developed in previous works, she formalizes and ritualizes a place for oral knowledge exchange, together with different collaborators and co-creators, within different frames and formats.

Voorbije doctoraatsverdedigingen