Letteren en Wijsbegeerte

Doctoraatsverdedigingen

Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen

Poetics of Belgian Post-War Documentary Film through the Prism of Expo 58 - Bjorn Gabriels (31/08/2026)

Bjorn Gabriels

Abstract

In 1958 nodigde België de hele wereld uit op Expo 58. De wereldtentoonstelling in Brussel was bedoeld als een hoogtepunt van de naoorlogse reconstructie en modernisering van België en moest het land op de kaart zetten als een internationaal cultureel en politiek kruispunt. Onder de slogan “Pour un monde plus humain” wilde ze de hele mensheid laten schitteren onder de banier van optimistisch humanisme. Daarbij pakte Expo 58 uit met overweldigend filmisch spektakel. Hoewel de lokale filmsector al jaren verzuchtte dat er maar geen professionele filmindustrie van de grond kwam, tekende zich een hausse af in de Belgische filmproductie. Dat gold bovenal voor de koloniale film, die in 1958 ook nog eens de vijftigste verjaardag van de aanhechting van de kolonie Congo vierde. De laat-koloniale cinema over Congo en Rwanda-Urundi legde vooral de nadruk op België als ‘moderne’ kolonisator, goedmoedig uit op de ontwikkeling van cultural Others met wie het beweerde een broederlijke verbondenheid te onderhouden.

De Belgische inbreng op Expo 58 roemde niet alleen het koloniale oeuvre civilisatrice, de wereldtentoonstelling was ook een uitstalraam voor toerisme en industrie, waarbij de schaduwzijde van de zich volop voltrekkende modernisering nagenoeg onzichtbaar bleef. Het optimistische Expo 58-discours bood geen ruimte voor sociale onrust of kritische stemmen over kolonialisme of industrialisering. Toch ontwikkelden zich filmvormen waarin vormelijk experiment en inhoudelijke kritiek de bovenhand haalden over de doorgaans conventionele verwachtingen van opdrachtgevers. Al kwam het dominante systeem van opdrachtwerk ook onder vuur te liggen vanuit commerciële, soms zelfs populistische hoek.

Steunend op historisch-poëticaal onderzoek van Belgische documentaires verkent deze studie welke visies op documentaire cinema circuleerden in het Belgische filmlandschap. Expo 58 fungeert daarbij als een prisma om een dynamiek van vernieuwing en voortzetting te overschouwen. Een hybride combinatie van close reading en contextuele analyse bestudeert individuele films en kadert ze in de institutionele structuren waarbinnen ze tot stond kwamen.

Finaal betoogt deze studie dat Expo 58 niet alleen fungeerde als een platform voor de constructie van een nationaal zelfbeeld binnen een internationalistisch raamwerk, maar dat het ook een laboratorium was voor documentaire poëtica’s, waar verschillende opvattingen over film – en over realiteit – met elkaar in contact kwamen. Terwijl Expo 58 België de naoorlogse moderniteit wilde binnenloodsen, bleef Belgische cinema zich overwegend terughoudend opstellen tegenover een volop ontkiemend filmisch modernisme. Ondertussen tekende zich een voortdurende onderhandeling af over hoe documentairemakers filmisch vorm konden geven aan de geïdealiseerde moderniteit die zich voor hun ogen ontvouwde.

Voorbije doctoraatsverdedigingen