Letteren en Wijsbegeerte

Departement Toegepaste taalkunde

Doctoraatsverdedigingen

Engels-Frans vertalen in Nigeria: Een gemengde evaluatie van vertaalproblemen, -strategieën en -producten van bachelorstudenten - Gemanen Gyuse (8/01/2025)

Gemanen Gyuse

  • Doctoraatsverdediging: 8 januari 2026
  • Promotoren: Isabelle Robert en Jim Ureel

Abstract

Vertalen tussen het Engels en het Frans is van groot belang in Nigeria. Als een Engelssprekend land omringd door Franstalige landen, kan het vertalen tussen het Engels/Frans-talenpaar in Nigeria communicatiekloof met de buurlanden overbruggen. Maar vertalen stagiairs in Nigeria echt op manieren die de vereiste communicatieve behoeften tussen Nigeria en zijn Franstalige buurlanden kunnen vervullen? Deze studie richtte zich op de effectiviteit van de vertalingen van vertaalstagiairs van het Engels (hun gebruikelijke taal) naar het Frans (L2). Deze reflectie vormde het probleem of fenomeen dat men in dit onderzoek wilde aanpakken. De studie stelt dat deze studenten vaak vertalingen produceren die vol fouten zitten en die de bedoelde betekenissen van de brontekst (BT) verduisteren. Om dit fenomeen te onderzoeken, werd een aanpak met gemengde methoden gevolgd, waarbij zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens werden verzameld. Specifiek werd een vertaalsproef afgenomen bij vierdejaars bachelorstudenten Frans aan de Benue State University in Makurdi, Nigeria. Het Gile’s Integrated Problems and Decision Report (IPDR) model werd gebruikt om de percepties van studenten over hun vertaalproblemen en toegepaste probleemoplossingsstrategieën te meten. Daarnaast werden demografische gegevens verzameld via vragenlijsten. Foutenanalyse werd uitgevoerd met behulp van de fouttypologie en tagprincipes van Granger en Lefer (d.w.z. Translation-oriented Annotation System - TAS). De gegenereerde rapporten werden geanalyseerd op basis van de probleemtypologie ontleend aan de vertaalthese van Hurtado Albir en Rodríguez-Inés. Terwijl de foutenanalyse kwantitatieve bevindingen opleverde over de foutpatronen van studenten, bood de IPDR-analyse kwalitatieve inzichten. De resultaten toonden aan dat studenten vaak fouten maakten bij inhoudsoverdracht, cultuurfouten en taalfouten, maar geen fouten gerelateerd aan vertaalopdrachten. De demografische gegevens gaven aan dat er een significante invloed van het Engels was op hun Franse vertalingen. Dit werd bevestigd door de PLUS-metadata, die suggereerden dat veel fouten voortkwamen uit bronspraakintrusie (SLI). Daarnaast bevatten veel vertalingen onsamenhangende structuren door talige en inhoudelijke fouten die wijdverbreid waren. Wat betreft de IPDR-reacties, benadrukten deze verschillende problemen, waaronder talige, tekstuele en extralinguïstische kwesties. De studie toonde aan dat hoewel de deelnemers in sommige gevallen goede strategieën gebruikten, ze in andere gevallen ook ongepaste strategieën toepasten, wat aangeeft dat een combinatie van factoren leidde tot de waargenomen fouten, zoals slechte strategieën, interferentie van het Engels, onvoldoende herformulering, beperkte vertaalcompetentie (TC) en verkeerd gebruik van Franse syntaxis en lexicon. Inderdaad kan dit onderzoek verdere studies stimuleren die Engelstalige–Franse vertaling omvatten, niet alleen in Nigeria, waar het studiegebied grotendeels onontgonnen of bijna afwezig is, maar ook in vergelijkbare omgevingen waar de tweede taal (L2) van studenten, naar welke ze vertalen, beperkt is. Het onderzoek levert daarmee een bijdrage aan de vakgebieden van Engels–Franse vertaling, vertaalcompetentie, L2-vertaling en andere belangrijke kwesties binnen de vertaalstudies. Het opent ook een nieuw onderzoeksgebied in Nigeria en kan dienen als goed referentiemateriaal voor vervolgonderzoek naar Engelstalige–Franse of L2-vertaling in Nigeria en vergelijkbare omgevingen.

Intralinguale live-ondertiteling in universiteitscolleges in het Engels: Een onderzoek naar prestaties van studenten, perceptie, visuele aandacht en cognitieve belasting - Yanou Van Gauwbergen (7/07/2025)

Yanou Van Gauwbergen

  • Doctoraatsverdediging: 7 juli 2025
  • Promotoren: Isabelle S. Robert en Iris Schrijver

Abstract

Toegankelijkheid is cruciaal in de aula van vandaag. Ervoor zorgen dat alle studenten, ongeacht hun capaciteiten of achtergrond, gelijke toegang hebben tot leermiddelen bevordert een inclusievere en effectievere onderwijsomgeving. Daarom kiezen steeds meer universiteiten voor Engels als onderwijstaal (EMI) om een lingua franca te hebben.  Voor studenten met een lage(re) taalvaardigheid kan EMI echter een negatieve invloed hebben op de leerprestaties. Hoewel ondertitels taalbarrières kunnen doorbreken (bv. in anderstalige films), is er weinig bekend over hoe goed ze werken in live-colleges.  Bovendien moet men zich afvragen of dit dan intralinguaal (in dezelfde taal als de audio) of interlinguaal (in een andere taal dan de audio) dient te gebeuren. Daarom is er meer onderzoek nodig naar de impact en interactie van ondertitels in zulke colleges.  Ten slotte moet worden nagedacht over de toegankelijkste productiemethode om toegankelijke lessen via live-ondertiteling te geven.

Dit onderzoeksproject heeft daarom ten doel om het effect van intralinguale live-ondertitels op prestatie te onderzoeken tijdens EMI-colleges aan de Universiteit van Antwerpen in Vlaanderen, terwijl ook perceptie, visuele aandacht en cognitieve belasting verkend worden. 

Dit onderzoeksproject bestaat uit verschillende studies. Eerst werd een pilootstudie uitgevoerd om de daaropvolgende studies voor te bereiden. Daarna werden twee eyetrackingexperimenten uitgevoerd. 

De belangrijkste bevindingen geven aan dat studenten over het algemeen beter presteerden met live-ondertiteling in de pilootstudie. In het eerste eyetrackingexperiment is het resultaat echter niet eenduidig: ondanks het feit dat ondertitelde collegedelen lagere resultaten opleverden in de begripstests, gaven de eyetrackingdata niet aan dat visuele aandacht voor ondertitels nadelig was voor prestatie. In het tweede eyetrackingexperiment is het resultaat wel duidelijk: ondertitels hadden een negatieve invloed op de prestaties, gebaseerd op zowel de begripstests als de eyetrackingdata. Gezien de perceptie van studenten dat ze minimale aandacht hebben voor de ondertitels tijdens de colleges, moeten de bevindingen met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Bovendien werden er verschillen vastgesteld tussen de productiemethoden van de live-ondertiteling. Daarnaast werd rekening gehouden met andere predictoren dan (niet-)ondertitelde delen, zoals cognitieve belasting en Engelse taalvaardigheid, maar slechts enkele daarvan waren significante predictoren van prestatie.

Handicap, doofheid en mediatoegankelijkheid in de Arabische wereld - Ghanimeh Saleh El-Taweel (19/06/2025)

Ghanimeh Saleh El-Taweel

  • Doctoraatsverdediging: 19 juni 2025
  • Promotoren: Anna Jankowska (UAnwerpen), Nina Reviers (UAntwerpen) en Joselia Neves (Universidade Aberta)​

Abstract

Deze thesis buigt zich over Ondertiteling voor D/doven en slechthorenden (SDH) en Mediatoegankelijkheid (MA) in de Arabische wereld, vanuit het perspectief van Actor-Netwerk Theorie. Het doel is om drie onderzoeksvragen te beantwoorden: (1) hoe wordt doofheid geconceptualiseerd in de Arabische wereld, binnen het kader van beperking en handicap? (2) Hoe beleven personen die D/doof zijn hun identiteit, hun sociale status, de beschikbare communicatiemogelijkheden en hoe staan ze tegenover mediatoegankelijkheid? (3) Wat is het huidige aanbod inzake mediatoegankelijkheid in de Arabische wereld? Om deze vragen te beantwoorden, onderzoekt deze thesis de interacties tussen drie primaire sociale actoren - wetgeving, personen met een auditieve beperking en mediatoegankelijkheid. De bevindingen onthullen significante tekortkomingen in de wetgeving rond handicap, die meestal een biomedisch model volgt in plaats van een mensenrechtenmodel, wat resulteert in beperkte implementatie ondanks officiële toezeggingen aan internationale verdragen.

Het onderzoek bestaat uit drie fasen. In de eerste fase werden nationale wetgevingen geanalyseerd. In de tweede fase, werd een participatieve aanpak toegepast om de ervaringen van D/dove mensen in Qatar te documenteren, waarbij drempels op het gebied van communicatie, onderwijs en werkgelegenheid aan het licht kwamen. De focusgroepdiscussies met D/dove personen in Qatar, weerspiegelen bredere regionale trends. Ze trekken de gemedicaliseerde visies op doofheid in twijfel en leggen de nadruk op de culturele en taalkundige identiteitsvorming van D/dove persoon.

In de derde fase van dit onderzoek, werd de toegankelijkheid van media via SDH in de Arabische wereld onderzocht door een breed scala aan mediakanalen te monitoren. Dit werd aangevuld met interviews met ondertitelprofessionals en met een analyse van de ondertitelingsdiensten die beschikbaar zijn voor D/dove kijkers. De bevindingen wijzen op een aanzienlijk tekort aan SDH-voorzieningen binnen Arabischtalige media. Netflix biedt steeds meer SDH aan bij Arabische films en series, terwijl regionale omroepen dergelijke diensten vaak verwaarlozen.

Deze thesis pleit voor de uitbreiding en verbetering van SDH-diensten, de verbetering van kwaliteitsnormen en de erkenning van toegankelijkheid als een fundamenteel recht in de Arabische wereld. Het benadrukt de dringende behoefte aan wettelijke hervormingen, culturele validatie van D/dove identiteit en meer investeringen in toegankelijkheid om zinvolle inclusie te bevorderen. Door toegankelijkheid te zien als een systemisch probleem dat gecoördineerde actie vereist van beleidsmakers, media-instellingen en de Dovengemeenschap, draagt deze studie bij aan onderzoek op het kruispunt van Mediatoegankelijkheid en Disability Studies.

Interlingual respeaking as a new translation standard? How live subtitling is (or isn't?) reshaping accessiblity and interpreting - Michał Górnik (7/04/2025)

Michał Górnik

  • Doctoraatsverdediging: 7 april 2025 
  • Promotoren: Ma​łgorzata Tryuk (UW), Anna Jankowska (UAntwerpen) en Wojciech Figiel (UW)​

Abstract

Ondertitels worden veelvuldig gebruikt om taalbarrières in audiovisuele content te verkleinen. Respeaken is een techniek om live ondertitels en transcripties te creëren met behulp van spraakherkenningssoftware. Bij interlinguaal respeaken komt nog een extra aspect kijken: het tolken uit een andere taal. In het buitenland benadrukken onderzoekers en mensen in het veld dat de vraag naar interlinguaal respeaken begint toe te nemen, maar huidig wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp volstaat niet om het werkelijke potentieel van interlinguaal respeaken op de Poolse (en andere) vertaalmarkten te begrijpen.

Het onderzoek in dit proefschrift heeft als doel het potentieel van interlinguaal respeaken als alternatief voor tolken te bepalen. De centrale onderzoekshypothese impliceert dat interlinguaal respeaken in bepaalde contexten een optimale vertaaloplossing biedt, in tegenstelling tot simultaan of consecutief tolken. Dit kan worden verklaard doordat interlinguaal respeaken een grotere toegankelijkheid biedt voor mensen met specifieke behoeften en het respeakers in staat stelt om vanop afstand te werken, en doordat het eindproduct een geschreven tekst is die als basis kan dienen voor bijvoorbeeld latere machinevertaling.

Dit proefschrift bestaat uit een inleiding, acht hoofdstukken, een conclusie, een tabel met verklaringen van de belangrijkste termen, een bibliografie en bijlagen. De eerste vijf hoofdstukken vormen het theoretische kader van dit onderzoek. Hoofdstuk Zes presenteert de onderzoeksmethodologie, evenals gedetailleerde hypothesen en onderzoeksvragen. Hoofdstuk Zeven presenteert en bespreekt de resultaten van dit doctoraatsonderzoek. Hoofdstuk Acht biedt een uitgebreide samenvatting van de conclusies die werden getrokken uit zowel de data-analyse als de literatuurstudie.

Seven Against Ulisse: Or Ulysses' Wondrous Journey Back to Ital[li]a - Monica Paulis (27/03/2025)

Monica Paulis

  • Doctoraatsverdediging: 27 maart 2025 
  • Promotor: Kris Peeters​

Abstract

Het doel van dit proefschrift is om een systematische contextuele, tekstuele en intertekstuele analyse uit te voeren van de weergave van taalvariatie en meerstemmigheid in de zeven Italiaanse (her)vertalingen van James Joyce’s Ulysses tot aan zijn honderdste verjaardag, door te focussen op:

  • de effecten die de Italiaanse taal (waarin Joyce zich verdiepte toen hij tussen 1904 en 1920 in Triëst woonde) had op het ontstaan van Ulysses;
  • de ‘plurale’ aanwezigheid van Ulysses als linguïstisch product binnen het Italiaanse culturele systeem, mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van meerdere (her)vertalingen, en de interacties die tussen deze plaatsvinden;
  • de weergave in (her)vertaling van heteroglossie (anderstalige elementen - Bakhtin 1981) en heterologie (variatie binnen één taal - Todorov 1984), en de reconstructie van de polyfonie of meerstemmigheid (Bakhtin 1981) die in de brontekst ontstaat door de aanwezigheid van dergelijke elementen.

De conceptuele benadering die aan de basis ligt van dit project is geworteld in dialogisme (Bakhtin) en in het bijzonder in het inzicht dat passages met heteroglossische en heterologische elementen als meerstemmig worden ervaren. Wat de methodologische benadering betreft, is de contextualisering van Joyce’s gebruik van de Italiaanse taal gebaseerd op de analyse van primair bronmateriaal (zijn Italiaanse correspondentie en essays). De contextuele, tekstuele en intertekstuele analyses van de zeven vertalingen zijn op hun beurt verankerd in Sociology of Translation (Bourdieu) en Descriptive Translation Studies (Toury), uitgaande van het idee dat vertalingen ‘feiten van hun doelcultuur’ zijn (“facts of the culture which hosts them” Toury 1995, p. 24).

Door dialogisme als conceptuele achtergrond te gebruiken, is het mogelijk om contextuele, tekstuele en intertekstuele factoren met betrekking tot zowel het origineel als de zeven Italiaanse doelteksten met elkaar te verbinden, en om Ulysses en zijn Italiaanse vertalingen te zien als onderdeel van een zich voortdurend ontwikkelende ‘macrotext’ (O’Neill 2005), die alle werken van Joyce en al hun vertalingen in alle talen omvat. Vanuit dit perspectief kan hervertaling worden gezien als een proces dat ervoor zorgt dat de dialoog tussen de brontekst en de ontvangende culturele systemen voortdurend openblijft.

Een corpusgebaseerde analyse van connectieven in L2 Duits: Inzichten in het effect van de moedertaal op academische schrijfvaardigheid in een vreemde taal - Helena Wedig (17/03/2025)

Helena Wedig

  • Doctoraatsverdediging: 17 maart 2025
  • Promotoren: Carola Strobl, Jim Ureel en Tanja Mortelmans

Abstract

Cohesie is essentieel voor duidelijke, lezersgerichte academische teksten, maar het gebruik van adequate cohesiemiddelen vormt een uitdaging voor schrijvers in een vreemde taal (L2). Daarom is cohesie een interessant onderwerp voor onderzoek naar cross-linguïstische invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat de moedertaal (L1) het gebruik van cohesieve middelen in de L2 Engels beïnvloedt, maar onderzoek naar cohesie in L2 Duits is tot heden schaars. Geen enkele studie heeft tot nog toe de invloed van L1 Nederlands op cohesie in L2 Duits onderzocht, terwijl een potentieel grote invloed aannemelijk is door de nauwe verwantschap van de twee talen.

Dit proefschrift onderzoekt de rol van L1 Nederlands in het gebruik van connectieven in L2 Duits. Met behulp van de Contrastive Interlanguage Analysis methode zijn drie corpora met elkaar vergeleken: het Belgisches Deutschkorpus (Beldeko) (L1 Nederlands, L2 Duits), het German Summary Corpus L1 (GerSumCo L1) (L1 Duits) en het German Summary Corpus L2 (GerSumCo L2) (L2 Duits, diverse L1). De corpora bevatten samenvattingen van identieke bronteksten die onder vergelijkbare omstandigheden geschreven zijn en maken op deze manier een systematische analyse van cross-linguïstische invloed op cohesie in L2 Duits mogelijk.

De belangrijkste bevindingen van dit proefschrift tonen een invloed van L1 Nederlands op het gebruik van connectieven bij het schrijven van academische samenvattingen in L2 Duits alsook verschillen in het gebruik van connectieven tussen schrijvers met L1 en L2 Duits. Een andere bevinding betreft de schrijftaak, die van invloed blijkt te zijn op het gebruik van connectieven in tekstproductie in L1 en L2 Duits. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het taaktype samenvatting, tot nu toe eerder onderbelicht in L2 schrijfonderzoek, interessant is voor verder onderzoek, vooral gezien het toenemende belang van de taak in officiele Duitse taalexamens. Het nieuwe Duitse samenvattingscorpus GerSumCo, dat in de loop van dit project werd verzameld, effent het pad voor dergelijk onderzoek en verruimt het aanbod aan leerderscorpora Duits. Daarnaast kunnen de annotatierichtlijnen voor cohesieve hulpmiddelen die tijdens het project zijn ontwikkeld, worden toegepast op andere soorten teksten en taken om meer inzicht te krijgen in cohesie in L2 Duits. Tot slot blijkt uit de resultaten naar welke connectieven de aandacht zou moeten uitgaan in het taalonderwijs voor gevorderden om het adequaat gebruik van cohesiemiddelen door leerders van L2 Duits bij het schrijven van academische en professionele teksten te bevorderen.