Is een duur obligatiefonds zijn geld waard?

Afstudeerrichting: Financial Engineering

Wie via een bank of verzekeraar in obligaties belegt, doet dat meestal via een fonds waarvan een professionele beheerder de keuzes maakt én daar een vergoeding voor vraagt. Handelsingenieur Saïd Magomadov ging in zijn masterproef na of die actieve beheerders, voor Europese overheidsobligatiefondsen die in België verkocht worden, hun kosten ook echt waarmaken. Hij analyseerde daarvoor 32 fondsen over een periode van vijftien jaar (2010-2024).

Waarom obligatiefondsen?

“Veel Belgen beleggen in obligatiefondsen zonder zich af te vragen of de beheerskosten die ze betalen ook effectief iets opleveren,” legt Saïd uit. “Voor aandelenfondsen bestaat daar al veel onderzoek over, maar voor Europese overheidsobligaties was dat opmerkelijk onontgonnen terrein. Nochtans gaat het over een product dat in veel spaar- en pensioenportefeuilles zit.”

Hoger rendement is niet hetzelfde als goed beheer

Een fonds vergelijken op basis van rendement alleen zegt weinig, want een beheerder kan simpelweg meer risico nemen om een hoger rendement te tonen. “Denk aan obligaties met een langere looptijd, die sterker reageren op rentewijzigingen, of aan obligaties van landen als Italië, die meer opbrengen omdat ze risicovoller zijn dan Duitse staatsobligaties,” zegt Saïd. “Dat heeft niets met beheertalent te maken, dat is gewoon een risicokeuze.”

Om dat onderscheid te maken, bouwde Saïd een model dat het rendement van elk fonds corrigeert voor twee zaken: gevoeligheid aan rentewijzigingen, en de mate waarin een fonds in risicovollere eurolanden belegt. Wat daarna overblijft — de zogenaamde ‘alpha’ — toont pas echt of een beheerder waarde toevoegt bovenop wat je met die risico’s sowieso al zou verwachten.

De meeste fondsen presteren slechter dan verwacht

Het resultaat is opvallend eenduidig: 26 van de 32 onderzochte fondsen scoorden negatief op die maatstaf, waarvan 16 overduidelijk (statistisch significant). Gemiddeld presteerden de fondsen ruim 0,6% per jaar slechter dan wat hun risiconiveau zou doen verwachten. “Slechts één fonds deed het overtuigend beter en dat fonds bestaat intussen niet meer,” voegt Saïd toe.

Blijft een goed fonds ook goed?

Een tweede vraag die Saïd onderzocht: als een fonds de voorbije jaren beter presteerde dan de rest, kun je daar dan op vertrouwen voor de toekomst? Hier vond hij twee resultaten die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijken.

Enerzijds bleek het verschil in rendement tussen de beste en de slechtste fondsen niet groot of betrouwbaar genoeg om er als belegger echt op te kunnen rekenen. Anderzijds bleken fondsen wél heel consistent in hun rangschikking: een fonds dat bij de slechtste presteerders hoorde, bleef dat in 87% van de gevallen ook de periode erna. Bij de beste fondsen was dat zelfs 89%.

“Die twee resultaten samen vertellen een interessant verhaal,” zegt Saïd. “Fondsen wisselen dus nauwelijks van plaats in de rangschikking, maar het verschil tussen ‘beste’ en ‘slechtste’ is gewoon te klein om er als belegger iets aan te hebben. De rangorde zegt vooral iets over vaste kenmerken van een fonds, zoals de kostenstructuur of het beleggingsbeleid, en veel minder over het talent van de individuele beheerder.

Grondig getest

Om zeker te zijn dat zijn conclusies geen toeval waren, herhaalde Saïd zijn analyse met verschillende varianten van zijn model: met een extra risicofactor, met kortere en langere meetperiodes, met een andere risicomaatstaf voor Zuid-Europese landen, en met een ander referentiepercentage voor de rente. “In alle gevallen bleven mijn conclusies overeind, wat me veel vertrouwen geeft in de resultaten.”

Wat betekent dit voor beleggers?

De boodschap voor Belgische particuliere beleggers is helder, besluit Saïd. “Een goedkope indexstrategie die gewoon de markt volgt, zou het over deze vijftien jaar beter gedaan hebben dan het gemiddelde actief beheerde fonds — en dat na aftrek van kosten. Wie toch bewust voor actief beheer kiest, moet vooral beseffen dat een goede historiek geen garantie biedt op een écht beter rendement.”