Tip 91: Thesisbegeleiding met hoofd én hart

In alle academische opleidingen ronden studenten hun studieloopbaan af met een masterthesis. Ze kiezen een thesisonderwerp en één of meerdere promotoren om hen hierin te begeleiden. Onderzoek wijst uit dat de relatie tussen student en promotor één van de doorslaggevende elementen is in het succes van een thesisproject.
Maar welke factoren liggen aan de basis van een succesvolle thesisbegeleiding? 

 

De beste begeleiding is situatie-afhankelijk

Een goede begeleidingsaanpak vertrekt altijd vanuit de noden van de individuele student. De praktijkgerichte theorie van het situationeel leiderschap van Hersey en Blanchard biedt in dit licht een veelzijdig kader om op voort te bouwen. Op basis van de bevindingen van de auteurs concluderen we dat de beste ondersteuning situatie-afhankelijk is en gekoppeld is aan kenmerken van zowel de student als de promotor.
We kunnen twee dimensies onderscheiden in het gedrag van de promotor: een taakgerichte en een relatiegerichte.
De taakgerichte promotor zal het accent leggen op de inhoudelijke en methodologische aspecten van de masterthesis, en bepaalt bijvoorbeeld in grote mate zelf de doelen en prioriteiten. De relatiegerichte promotor legt meer de nadruk op de emotionele component en hecht veel belang aan het aanmoedigen van studenten en het scheppen van ondersteunende voorwaarden voor een vlot thesisproces.

De begeleidingsstijl die een promotor hanteert, is niet alleen een eigen keuze van de promotor zelf maar wordt in grote mate bepaald door het niveau van taakvolwassenheid van de student. De taakvolwassenheid omvat zowel de bekwaamheid van de student om de taak uit te voeren, als zijn bereidheid om verantwoordelijkheid op te nemen. Afhankelijk van deze twee dimensies zal de promotor meer sturend of meer ondersteunend optreden.

Het taakgerichte en het relatiegerichte aspect van de begeleiding wordt ook weerspiegeld in de dubbele rol die de promotor vervult. Vanuit zijn/haar wetenschappelijke expertise zal de promotor het thesisproject mee vormgeven door te waken over de kwaliteit. Daarnaast is het essentieel dat de student zich in het proces ondersteund voelt.  Uit onderzoek blijkt dat promotoren vaak een spanning ervaren tussen beide rollen. 

De ene rol vraagt om een eerder rationele benadering of een ‘begeleiding met het hoofd’ terwijl de andere rol de nadruk legt op de emotionele beleving van de student en op een ‘begeleiding met het hart’. Het is in elke begeleiding opnieuw zoeken naar een balans tussen de hoofd- en de hartcomponent, en dit evenwicht zal bij elke student anders zijn.

In de volledige tip geven we enkele suggesties in verband met de hoofdcomponent, de hartcomponent en organisatorische aspecten van de begeleiding, gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk onderzoek.