Doctoraatsverdedigingen
Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen
Boeren als rentmeesters: Pacht tussen winst, macht en natuur in de Lage Landen, 1200-1400 - Arnoud Jensen (12/02/2026)
Arnoud Jensen
- Doctoraatsverdediging: 12 februari 2026 om 15.30 uur
- Stadscampus, lokaal R.004 en online
- Promotoren: Tim Soens (UAntwerpen) & Thijs Lambrecht (UGent)
- Inschrijven via mail voor 9 februari
Abstract
Centraal in dit onderzoek staat de korte-termijn pacht in de Lage Landen tussen 1200 en 1400. Vanaf de dertiende eeuw werd pacht de dominante vorm van grondbeheer. Doorgaans wordt pacht geassocieerd met winstmaximalisatie en risicospreiding. Deze studie benadrukt echter ook de rol van pacht in het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen door middeleeuwse pachtpraktijken te verbinden met het moderne concept van environmental stewardship, opgevat als het verantwoord beheer van natuurlijke hulpbronnen door tijdelijke gebruikers.
Pachtcontracten bevatten een breed scala aan bepalingen over landgebruik en natuurlijke hulpbronnen. Door deze clausules te analyseren werd onderzocht hoe winststreven, risicobeheer en milieubeheer binnen pachtsystemen op elkaar inwerkten in vijf regio’s: Binnen-Vlaanderen, Kust-Vlaanderen, Artesië–Kamerijk, Luik en het Nederlandse Centrale Rivierengebied.
De thesis is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel bestudeert de contracten zelf en richt zich op hun juridische status, normatieve karakter en de juridische en culturele verwachtingen die erin besloten liggen. Het tweede deel analyseert de pachtprijzen, hun regionale verschillen en ontwikkeling, en de relaties tussen pachters en verpachters. Het derde deel behandelt de ‘milieu-clausules’ over het beheer van land, flora en waterinfrastructuur, en hun evolutie doorheen de tijd.
De resultaten dragen bij aan vier historiografische debatten. Ten eerste blijkt pacht vroeger te zijn ontstaan dan vaak wordt aangenomen, waarbij ook particulieren al vroeger actief waren op de pachtmarkt. Ten tweede werpen pachtprijzen nieuw licht op de laatmiddeleeuwse crisis, zowel wat betreft haar impact als haar chronologie. Ten derde tonen de contracten aan hoe winststreven, risicobeheer en duurzaam beheer structureel met elkaar verweven waren. Ten vierde had pacht een duidelijke ecologische dimensie: contracten konden duurzaam landgebruik stimuleren, ook al werd dit vooral ingegeven door niet-ecologische belangen van verpachters.
Tot slot reflecteert de studie op de hedendaagse ecologische crisis en de moderne pachtwetgeving. Middeleeuwse contracten tonen aan dat juridische kaders een verantwoorde omgang met natuurlijke hulpbronnen kunnen bevorderen. Vandaag ontbreekt een dergelijk kader grotendeels, waardoor pacht onderbenut blijft als instrument voor het behoud van bodemkwaliteit.
The Immersive Performance of Visual Poetry - Philip Meersman (25/02/2026)
Philip Meersman
- 25 februari 2026, Planetarium van de Koninklijke Sterrenwacht van België, Boechoutlaan 10, 1020 Brussel
- Promotoren: Dr. Johan Pas (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen), Prof. Dr. Kevin Absillis (Universiteit Antwerpen)
Abstract
The Immersive Performance of Visual Poetry. The Result of a Quest for a Renewed Literary-immersive Art Experience where the Audience, as Receiver/Viewer/Reader, is Immersed Together in an Immersive Poetic Experience of Image, Sound, Language, and Spatial Experiences
Dit doctoraat onderzoekt hoe poëzie transformeert wanneer zij de pagina verlaat en zich ontvouwt binnen immersieve, ruimtelijke en performatieve omgevingen. Vertrekkend vanuit zijn artistieke praktijk, ontwikkelt Philip Meersman een geïntegreerd theoretisch en praktijkgericht kader waarin poëzie wordt opgevat als een polyfone, multisensorische en ruimtelijke kunstvorm. Het onderzoek herdefinieert poëzie als een partituur bestaande uit een vijfvoudige modaliteit—geschreven, orale, gelezen, aurale en performatieve—die gelijktijdig en in onderlinge wisselwerking functioneert binnen gedeelde ruimtes van perceptie en aandacht.
Het centrale essay articuleert deze poëtica aan de hand van inzichten uit de visuele poëzie, performance studies, semiotiek, narratologie en neuro-esthetica. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan co-speech gestures, visuele prosodie, typografische ruimte, temporaliteit en collectieve receptie. Planetaria worden beschouwd als een uitermate geschikte context voor literaire immersie, gezien hun schaal, gedeelde lichamelijke aanwezigheid en cognitieve focus, in contrast met individuele headset-gebaseerde virtual reality.
Het poëzieboek Oceanus Refertus: Microplastic: Paradise on a Slip of Paper vormt het poëtische luik van het essay. In dit volume worden de theoretische uitgangspunten performatief belichaamd in een polyfonisch, ecologisch en ruimtelijk gestructureerd corpus, waarin taal, herinnering, mobiliteit en milieubewustzijn samenkomen. Het oorspronkelijke booklet—intussen getransformeerd tot poster—functioneert als een visueel-performatieve interface die tekst, ruimte en publiek met elkaar verbindt.
Samen tonen essay, boek en poster hoe poëzie kan functioneren als een belichaamde, collectieve en kritisch-reflectieve praktijk binnen een post-truth context. Het onderzoek positioneert poëzie niet louter als tekstueel object, maar als een ruimtelijke gebeurtenis waarin lichaam, taal, beeld en technologie gezamenlijk betekenis produceren.