Doctoraatsverdedigingen
Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen
Meta-framework for understanding multilingual transformation in South African higher education - Tobie van Dyk (1/06/2026)
Tobie van Dyk
- Doctoraatsverdediging: 1 juni 2026 om 10 uur
- Stadscampus, Gebouw R, R.219
- Promotor: Kris Van De Poel
- Inschrijven voor 25 mei via dit formulier
Abstract
Ondanks de omvangrijke wetenschappelijke bijdragen op het gebied van taalplanning en taalbeheer, is er nog steeds een beperkte theoretische vooruitgang in de benadering van systemische institutionele transformatie in meertalige en sociaal ongelijke contexten.
Hoewel eerder onderzoek waardevolle inzichten heeft geboden in de ideologische, economische en ecologische dimensies van taalbeleid, blijft veel van dit werk grotendeels beschrijvend en biedt het onvoldoende houvast voor het navigeren van de complexiteit van hedendaagse hogeronderwijsomgevingen. Deze omgevingen worden gekenmerkt door linguïstische diversiteit, structurele ongelijkheid en politieke spanningsvelden.
Deze studie speelt in op deze lacune door een meta-framework voor te stellen dat taalplanning herconceptualiseert als een transformatief proces, eerder dan als een puur regulerend instrument.
Door de constructen van institutionele voorbereidheid en maturiteit centraal te stellen, maakt het framework een kritische beoordeling mogelijk, niet alleen van het bestaan van beleid en strategische plannen, maar ook van de mate waarin universiteiten in staat zijn om deze op een zinvolle, ethische en duurzame wijze te implementeren.
Verankerd in de toegepaste taalkunde en sociolinguïstiek situeert het framework taalplanning binnen bredere vraagstukken rond macht, epistemische rechtvaardigheid en ervaring. Het herdefinieert taal als epistemische infrastructuur, meertaligheid als transformatieve praktijk en beleid als een mechanisme ter bevordering van sociale rechtvaardigheid, in plaats van als symbolische naleving.
Gestructureerd rond drie onderling afhankelijke niveaus – macro, meso en micro – biedt het framework een geïntegreerde architectuur voor het begrijpen van hoe nationale beleidsomgevingen, institutionele systemen en dagelijkse academische praktijken samenkomen in het vormgeven van meertalige transformatie in het hoger onderwijs.
Het macroniveau bepaalt de normatieve en regulerende oriëntatie voor meertalig engagement. Het mesoniveau bemiddelt deze oriëntatie via institutioneel bestuur, strategische coördinatie en afstemming van middelen. Het microniveau omvat de concrete realisatie van meertaligheid in onderwijs, leren, communicatie en wetenschappelijke interactie. Deze niveaus functioneren als een dynamisch en recursief systeem, waardoor meertaligheid kan worden begrepen als een evoluerende, contextueel verankerde praktijk in plaats van als een door naleving gedreven vereiste.
Centraal in het framework staat een as van innovatie en ethiek, waarbinnen de drie niveaus voortdurend op elkaar inwerken. Innovatie bevordert institutionele responsiviteit, aanpassingsvermogen en creatieve betrokkenheid bij opkomende uitdagingen, terwijl ethiek deze processen verankert in principes van gelijkwaardigheid, inclusie en menselijke waardigheid. Deze interactie waarborgt dat transformatie zowel toekomstgericht als sociaal verantwoord blijft, wat institutioneel leren bevordert, onderbouwde besluitvorming ondersteunt en handelingsbekwaamheid op alle niveaus van de universitaire praktijk cultiveert.
De toepassing van het meta-framework toont aan hoe ethische innovatie constitutionele idealen kan vertalen naar zinvolle onderwijspraktijken. De uitbreiding ervan naar het domein van generatieve artificiële intelligentie benadrukt bovendien de bredere relevantie als richtinggevend kader voor het navigeren van de pedagogische en morele complexiteit van een steeds verder digitaliserend academisch landschap. De studie biedt zo een schaalbaar en overdraagbaar model voor duurzame transformatie in het hoger onderwijs. Hiermee wordt de universiteit bevestigd als een ruimte van ethische verbeelding, waarin diversiteit een collectieve hulpbron vormt en innovatie wordt ingezet ten dienste van een inclusieve, rechtvaardige en sociaal responsieve onderwijstoekomst.
Kooplieden en hun toekomsten: plannen en verwachtingen van de handelsmaatschappij Tucher, ca. 1520- ca. 1550 - Max-Quentin Bischoff (10/06/2026)
Max-Quentin Bischoff
- Doctoraatsverdediging: 10 juni 2026 om 13.30 uur
- FelixArchief, Antwerpen en online
- Promotor: Jeroen Puttevils
- Inschrijven voor 4 juni via mail
Abstract
Dit proefschrift onderzoekt de blik op de toekomst van de handelsonderneming Tucher uit Neurenberg tijdens de zestiende eeuw aan de hand van hun interne correspondentie. De dissertatie bestaat uit drie delen. In deel I wordt de “toekomsthorizont” geïntroduceerd als analytisch kader en worden de belangrijkste categorieën van de toekomsthorizont van de Tuchers geanalyseerd op basis van een gestructureerde annotatie van 178 brieven. Deze discursieve blik op de toekomst kan in vier punten worden samengevat. 1) Bijna de helft van een gemiddelde brief had betrekking op toekomstige gebeurtenissen of handelingen. 2) De toekomstvisie van de Tuchers was grotendeels gericht op de korte termijn, wenselijk en binnen hun controle, maar zonder duidelijke neiging tot zekerheid of onzekerheid. 3) De toekomsthorizont verschilde gedeeltelijk tussen individuele briefschrijvers en levensdomeinen. 4) De discursieve toekomsthorizont wordt sterk beïnvloed door schrijfconventies en retorische strategieën. Om tot diepere inzichten te geraken, is het dus noodzakelijk om de toekomsthorizont in specifieke contexten grondiger te onderzoeken.
Deel II richt zich op interne planning. De correspondentie had voornamelijk betrekking op informatiebeheer op korte termijn, de coördinatie van het personeel en reisarrangementen. In d e brieven werd echter ook ingegaan op de middellange- en lange termijn. De planning op middellange termijn besloeg een periode van één tot tien jaar en omvatte zowel de arbeidsomstandigheden van de dienaars als structurele aanpassingen binnen de handelonderneming. De Tuchers moesten omgaan met de persoonlijke ambities van dienaars, organisatorische kwesties en partnerschappen met andere ondernemingen. De planning op lange termijn was gericht op het opleiden van zonen om het voortbestaan van de familieonderneming te waarborgen. De opleiding was principieel gestandaardiseerd, toch pasten de Tuchers de plannen voortdurend aan aan individuele omstandigheden en hielden ze rekening met persoonlijke ontwikkeling op de lange termijn.
In deel III worden marktverwachtingen geanalyseerd en wordt onderzocht hoe deze verwachtingen tot stand kwamen. Monetaire verwachtingen kwamen vooral impliciet tot uiting in begrippen als vertrouwen, investeringen en rente. Bij nader inzien blijken er echter tegenstrijdige houdingen en prioriteiten binnen de onderneming te bestaan: optimisme en winstgerichtheid bij sommige medewerkers, en pessimisme en zekerheidsgerichtheid bij de leiders. Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van rente en wisselkoersen waren grotendeels onvoorspelbaar en werden zelden expliciet besproken. De saffraanprijzen werden daarentegen wel uitvoerig geanalyseerd. De Tuchers hielden rekening met een reeks factoren om toekomstige prijzen te bepalen en op basis daarvan te investeren. Een dienaar, Christof Kurz, stelde een voorspellingssysteem voor op basis van astrologie en marktmechanismen dat volgens hem zekere winsten beloofde. Hoewel dit idee belangstelling wekte en zelfs werd getest, was het ook omstreden binnen de onderneming en werd het al snel opgegeven.