Stages (18 sp)

Praktijk en theorie wisselen elkaar voortdurend af in de educatieve master. Bij elk stuk theorie hoort een praktijkoefening. In het begin zal je vooral observeren en oefenen voor je medestudenten. Daarna krijg je de kans om stage te lopen in verschillende scholen. Zo kan je proeven van diverse onderwijscontexten (grootstedelijk, volwassenenonderwijs, aso/tso/bso...).

Tijdens de oriënteringsstage draai je een korte periode mee in een secundaire school in een grootstedelijke context. In de voetsporen van een leraar krijg je een beeld van ‘het leven zoals het is’ op school en van het beroep van leraar in al zijn facetten. Je observeert vooral en, waar mogelijk, participeer je ook.

Tijdens twee groeistages krijg je de kans om te oefenen als vakleraar en geef je zelf les. Je leert uit je ervaringen en groeit in je professionaliteit als beginnende leerkracht. De groeistages sluiten aan bij je vakdidactieken en de hieraan gekoppelde bekwaamheidsbewijzen.

Je doet de twee groeistages in twee verschillende scholen en, indien mogelijk, ook in twee verschilllende onderwijsvormen (aso, tso, bso...). Een vakmentor in de school en de vakdidacticus van de universiteit begeleiden je.

De profileringsstage vul je grotendeels zelf in. Je kan ervoor kiezen om extra stagelessen te geven, of mee te werken aan een zelfgekozen project in de brede educatieve sector. Indien je een profileringsvak opnam, kan je dit project hieraan linken.