Kerncompetenties

Domeinspecifieke component

1. De master is in staat om zelfstandig vakwetenschappelijke literatuur te verzamelen en te selecteren, en ook om - in functie van onderzoek - gegevens te verzamelen, te selecteren en te verwerken (primaire literatuur, documenten, corpora, enquêtes, enz., al naargelang hun onderzoeksdomein).

2. De master is in staat teksten en andere documenten te situeren in hun context (historisch, ideologisch, stilistisch), het type tekst of document te herkennen, en op basis hiervan een persoonlijke interpretatie te ontwikkelen.

3. De master is vertrouwd met de gangbare en actuele methodologische invalshoeken binnen het onderzoeksdomein en is in staat deze autonoom toe te passen.

4. De master beschikt over de nodige kennis i.v.m. de literatuur en de publicatiegewoontes van het vakgebied (tijdschriften, websites en andere digitale middelen,…).

5. De master is vertrouwd met de belangrijkste theorieën in het vakgebied, zowel actuele als minder actuele, kan de basisnoties van het onderzoeksdomein vlot hanteren en een eigen standpunt ontwikkelen ten aanzien van de door hem/haar bestudeerde domeinen.

6. De master is vertrouwd met de belangrijkste primaire literatuur binnen hun vakgebied (literaire teksten, teksten van linguïstische en andere auteurs).

7. De master is vertrouwd met de belangrijkste problemen binnen het vakgebied.

8. De master kan het eigen vakgebied situeren t.o.v. andere wetenschapsdomeinen en actief op zoek gaan naar verbanden met deze domeinen.

9. De master beschikt over basisinzichten in de structuur en het functioneren van de taal waarin hij/zij de masterproef schrijft en kan over de structuur en het gebruik van taal reflecteren.

10. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen rapporteren, met inbegrip van elektronische rapportage.

11. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om argumentatieve teksten te schrijven, efficiënt aan discussies over zijn/haar vakdomein deel te nemen en daarbij zijn/haar eigen positie overtuigend te verdedigen.

12. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om een wetenschappelijke probleemstelling zo scherp en zo precies mogelijk te formuleren als uitgangspunt van het eigen onderzoek.

13. De master heeft een behoorlijk analytisch-interpretatief vermogen ontwikkeld.

14. De master heeft een kritische ingesteldheid ten aanzien van het wetenschappelijke gehalte en de maatschappelijke relevantie van het eigen onderzoek.

15. De master is in staat nieuwe ontwikkelingen binnen zijn/haar onderzoeksdomein en de relevante wetenschappelijke en culturele context actief maar kritisch op te volgen.

16. De master beschikt over een kritische oriëntatie in de brede culturele, politieke en maatschappelijke context.

Lerarencomponent

Referentiekader

17. De educatieve master beheerst gespecialiseerde theoretische en praktische kennis, vaardigheden en attitudes die de basiscompetenties voor leraren zoals geformuleerd in het ‘Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018 betreffende de basiscompetenties van de leraren’ ondersteunt, zowel op algemeen pedagogisch als op (vak)didactisch vlak.

18. De educatieve master heeft een diepgaande vakinhoudelijke kennis zoals geëxpliciteerd in de leerresultaten van de domeinspecifieke component.

19. De educatieve master kan de onderwijskundige, (vak)didactische en domeinspecifieke kennis zelfstandig uitbreiden, actualiseren, verbreden, verdiepen en verbinden met actuele maatschappelijke thema’s en ontwikkelingen. Hij/zij kan deze kennis zelfstandig en geïntegreerd toepassen en deze inzetten om voor lerenden uitdagende leeromgevingen te creëren. Hij/zij kan op basis van de verworven competenties eigen nieuwe ideeën voor de onderwijspraktijk ontwikkelen en aan de realiteit toetsen.

Klasniveau

20. De educatieve master kan de beginsituatie van een leergroep en individuele lerenden en hun specifieke onderwijsbehoeften in kaart brengen. Hij/zij kan een leeromgeving creëren die in al haar didactische componenten (leerdoelen, leerinhouden, leermaterialen, werk- en groeperingsvormen, evaluatie en feedback) aansluit bij die beginsituatie, inclusief is en responsief ten aanzien van de diversiteit in de leergroep.

21. De educatieve master beschikt over klasmanagementvaardigheden om een positief leer- en leefklimaat te creëren. Hij/zij kan door doelgerichte activiteiten en formele en informele interacties de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing van leerlingen ondersteunen.

22. De educatieve master kan omgaan met diversiteit en met de context van een grootstedelijke omgeving.

23. De educatieve master kan de organisatie van onderwijs- en leeractiviteiten op korte en lange termijn plannen, met het oog op het creëren van een gestructureerde, efficiënte, veilige en stimulerende leeromgeving, gesteund op wetenschappelijke evidentie.

Samenwerking met partners

24. De educatieve master kan communiceren met ouders of verzorgers met diverse achtergronden in diverse talige situaties met het oog op informatie-uitwisseling, het stimuleren van de betrokkenheid en participatie en het samen ontwikkelen van constructieve oplossingen om het leren van de lerenden te ondersteunen en te stimuleren.

25. De educatieve master kan constructief samenwerken met externe partners met het oog op het verrijken van het onderwijs- en vormingsaanbod en het faciliteren van de doorstroming tussen onderwijsniveaus en naar de arbeidsmarkt.

Onderzoekende houding

26. De educatieve master kan zelfstandig het beschikbare (inter)nationale wetenschappelijk onderzoek in het domein van het leraarschap in het algemeen en zijn discipline in het bijzonder ontsluiten, kritisch-reflectief benaderen en de inzichten toepassen in de eigen klas- en schoolcontext.

27. De educatieve master kent de mogelijkheden en grenzen van verschillende theoretische paradigma’s in onderwijskundig, (vak)didactisch en vakinhoudelijk onderzoek.

28. De educatieve master gaat, gesteund op wetenschappelijk evidentie, kritisch-reflectief om met informatie, onderwijspraktijken, methodieken en leermiddelen. Hij/zij is zich bewust van lacunes in de empirische evidentie voor het gepast invullen van het leraarschap.

29. De educatieve master kan een volledige onderzoekscyclus doorlopen over een onderwijsrelevant onderwerp waarbij hij/zij op grond van theoretische en praktijkgerichte inzichten een bijdrage kan leveren aan ontwikkelingen in onderwijs.

30. De educatieve master kan op basis van een actieve en onderzoekende houding voor beroepsvernieuwing bijdragen aan schoolbeleid en schoolontwikkeling.

31. De educatieve master kan door onderzoekend leren en kritische zelfevaluatie zijn functioneren als leraar bijsturen en op deze manier richting en innovatie geven aan zijn professionele praktijk en ontwikkeling.

School en maatschappij

32. De educatieve master heeft inzicht in organisatieprincipes van scholen en van goed schoolbeleid.

33. De educatieve master kan in een schoolteam constructief samenwerken met collega’s. Hij/zij kan initiatief nemen tot, deelnemen aan en leiding geven aan disciplinair en interdisciplinair teamoverleg en aan klasoverschrijdende activiteiten.

34. De educatieve master kan over onderwijskundige thema’s, het lerarenberoep, en zelf ontwikkelde oplossingen voor de onderwijspraktijk communiceren met collega’s en andere stakeholders in het onderwijs en als professional deelnemen aan het maatschappelijk debat.