Bachelorproef

De sluitsteen van de bacheloropleiding

De bachelorproef bundelt de kennis en vaardigheden uit architectuur en cultuur, architectuur en omgeving en architectuur en bouwen in één geïntegreerde ontwerpopdracht. De complexiteit zit niet in schaal, maar in gelaagdheid, reflectie en het vermogen om een doordacht ruimtelijk voorstel te ontwikkelen.

Het traject vertrekt vanuit referenties. Je verdiept je in een gebouw en theoretische essays, en analyseert die op cultureel, contextueel en constructief niveau. Via hertekeningen en literatuurstudie bouw je een logboek op dat je ontwerp voedt en kritisch kadert.
Parallel onderzoek je een concrete projectlocatie. Je bestudeert ruimtelijke, sociale en materiële condities en vertaalt die in een volumestudie op schaal 1/500. Daarbij ligt de focus op de verhouding tussen publiek, collectief en privaat, en op de rol van architectuur in het vormgeven van de stedelijke ruimte.

Vanuit deze dubbele basis ontwikkel je een ontwerpargument. Gevelstudies, grondplannen en cornerpieces onderzoeken hoe structuur, materialiteit en ruimtelijke organisatie de ambitie van het project dragen.

In de uitwerking krijgt je ontwerp vorm op verschillende schaalniveaus, van totaalconcept tot detail. De bachelorproef mondt uit in een juryvoorstelling, rond drie centrale vragen: Wat bouw je? Waar bouw je? Hoe bouw je? Het antwoord is ambitieus, coherent en maakbaar.